Gepubliceerd op - Klaas Coulembier

Le Sacre du printemps van Igor Stravinsky

In de concertreeks ‘Echoes of the 20th Century’ vertellen we het verhaal achter twaalf iconische composities uit de 20e eeuw. Op 20 april brengt Czech Philharmonic onder leiding van Semyon Bychkov Stravinsky's iconische meesterwerk.

Dit artikel kadert in

Echoes of the 20th Century

Het meest besproken lenteritueel aller tijden, anders belicht

Het grootste schandaalconcert van de 20ste eeuw wordt vaak voorgesteld als een breuklijn. Alsof mensen op 30 mei 1913 wakker werden in een nieuwe wereld, na de première van Le Sacre du Printemps de avond voordien. Dat die bewuste avond in het Théâtre des Champs-Élysées een belangrijk evenement was, staat niet ter discussie. Getuigenissen uit verschillende hoeken bevestigen de verhalen over rumoer in de zaal, onbegrip bij het publiek en zelfs luid protest en fysiek geweld. Op 1 december 1913 schrijft Jacques-Émile Blanche in zijn jaaroverzicht voor La revue de Paris al de profetische woorden:

« Le Sacre du Printemps marquera une date dans l’histoire de l’art contemporain. »

Maar kijken we even voorbij de mythische première, dan kunnen we zelfs deze radicale balletvoorstelling begrijpen binnen een bredere beweging van vernieuwing en verandering in de kunsten. Een ruimere context waarbij zelfs het verhaal van het gebouw interessant is.

Een nieuw soort ballet - een bewogen première

Afhankelijk van de getuigenissen was het publiek vooral geschokt door de vreemdsoortige klanken en de wispelturige ritmes, ofwel door de hoekige choreografie en de onconventionele decors en kostuums. Verschillende bronnen geven verschillende versies van het verhaal, met telkens andere accenten. In het publiek waren bovendien verschillende groepen te vinden. Er was de Parijse elite, die met een bepaalde verwachting naar de nieuwste voorstelling van Les Ballets Russes kwamen kijken en wellicht niet voorbereid was op wat er te zien zou zijn. Daarnaast waren er ook – op de goedkopere plaatsen – heel wat bohémiens, die met een vrije artistieke geest de vernieuwingen van Stravinsky en Nijinsky omarmden.

Igor Stravinsky zelf hield er zelf ook wel van – zeker op latere leeftijd – om het unieke en bijzondere karakter van de compositie en haar bewogen première extra in de verf te zetten. Over Le Sacre zei hij onder andere het volgende:

“I was guided by no system whatever in Le Sacre du printemps. When I think of the other composers of that time who interest me—Berg, who is synthetic (in the best sense), Webern, who is analytic, and Schoenberg, who is both—how much more theoretical their music seems than Le Sacre; and these composers were supported by a great tradition, whereas very little immediate tradition lies behind Le Sacre du printemps. I had only my ear to help me. I heard and I wrote what I heard. I am the vessel through which Le Sacre passed.”

Dit citaat wekt de indruk dat Le Sacre een soort goddelijke ingeving was, een nieuwe muziektaal die uit het niets kwam. De werkelijkheid is natuurlijk iets genuanceerder.

Parijs en de fascinatie voor Rusland

Le Sacre du Printemps was het derde ballet dat Stravinsky maakte voor Les Ballets Russes, het gezelschap van Sergei Diaghilev dat furore maakte in Europa en dat volop inspeelde op de Parijse fascinatie voor exotische onderwerpen. Het heidense – lees: onderontwikkelde – Rusland was een populair thema en het idee van een ritueel lente-offer leende zich dan ook perfect voor dit publiek. Tijdens de eerdere seizoenen had Les Ballets Russes al uitgepakt met heel wat verfrissende voorstellingen, waaronder ook Stravinsky’s Petroesjka en De Vuurvogel. Bij de aankondiging van het nieuwste ballet had het publiek dus een zekere verwachting, en wist iedereen goed genoeg dat dit geen ballet zoals het Zwanenmeer zou zijn, met lyrische melodieën en schijnbaar gewichtloze ballerina’s. En toch werd Le Sacre een heel ander verhaal dan de twee voorgaande balletten.

Een belangrijk verschil dat – zeker binnen de musicologische kijk op het werk – vaak te weinig belicht wordt is de afwezigheid van Michel Fokine in deze derde productie. Fokine had de choreografie verzorgd voor beide eerdere balletten, maar plots besloten Stravinsky en Diaghilev om met Vaslav Nijinsky in zee te gaan. Nijinsky had zich het voorbije seizoen laten opmerken als een uitzonderlijk danser, onder meer in Ravels Daphnis et Chloë en zeker in Debussy’s L’Après-midi d’un Faune, waar hij ook als choreograaf optrad.

Neue Formen

Waarom Stravinsky Fokine aan de deur zette, is onderwerp van discussie, maar uit de briefwisseling met Andrei Rimski-Korsakov (zoon van de bekende componist en goede vriend van Stravinsky) leren we dat Stravinsky in die periode sterk geïnspireerd was door ideeën uit de wereld van het theater. De componist maant in die brieven zijn goede vriend aan om een artikel van Georg Fuchs te lezen. Deze Duitse denker geldt als protagonist van een grote vernieuwingsbeweging in het theater en schreef onder andere Die Schaubühne der Zukunft. Het ideeëngoed van Fuchs past binnen een ruimer sociopolitiek kader. Volgens Fuchs moest modern theater door middel van nieuwe vormen het volk niet alleen entertainen en inspireren maar ook raken en in beweging brengen. Stravinsky werd vooral geraakt door het pleidooi voor Neue Formen, zoals hij schreef aan Andrei:

“Wat kan er beter en mooier zijn dan de ontwikkeling van bestaande kunstvormen? Slechts één ding: het scheppen van nieuwe vormen.”

Uit de timing van de brieven weten we dat zijn fascinatie voor het gedachtengoed ongeveer samenviel met het moment waarop hij het werk aan Le Sacre hervatte, na een onderbreking om De Vuurvogel te componeren. Over Fokine deelde hij volgende conclusie met Andrei:

“Verder wilde ik je nog over één zaak schrijven: tevergeefs hecht jij zo’n groot belang aan Fokine als balletmeester […]. In het algemeen wordt aan Fokine te veel betekenis toegekend […]. Als je wist welke ongelooflijke inspanningen en onaangenaamheden de enscenering van Petroesjka ons – Benois en mij – heeft gekost, door de eigenzinnige en despotische en tegelijk niet voldoende fijngevoelige Fokine. Maar daarover een andere keer …”

Hieruit blijkt dat Stravinsky zich erg bewust was van het feit dat Le Sacre een ander soort ballet moest worden en dat Fokine niet de geschikte persoon was om de nieuwe ideeën vorm te geven. De radicale breuk met zijn voorgaande werk kwam dus niet zozeer door een bovenmenselijke ingeving, maar ook vanuit de inzichten die hij vond bij de theaterwetenschap.

Architectuur als deel van de theatrale beleving (met een Belgisch randje)

De ideeën van Georg Fuchs waren sterk gericht op de publieksbeleving. Theater moest een directe impact hebben op de toeschouwers, en daarbij speelde ook de architectuur van de zaal een belangrijke rol. De afstand tussen podium en publiek en de zichtlijnen bepalen immers hoe intens een voorstelling ervaren wordt.

De première van Le Sacre du Printemps maakte deel uit van de festiviteiten rond de opening van een gloednieuw theater in Parijs: het Théâtre des Champs-Élysées. Voor het oorspronkelijke ontwerp werd de Belgische architect Henry van de Velde aangezocht, die vertrouwd was met de hervormingsideeën uit de Duitse theaterwereld. Het project moest een modern theater worden waarin elke zitplaats een goed zicht op het podium bood.

Hoewel de uiteindelijke bouwplannen later werden aangepast, toont dit project hoe sterk de vernieuwingsideeën rond theater en publieksbeleving duidelijk in de Parijse lucht hingen. In dat klimaat van artistieke hervorming ontstond ook het radicale ballet van Stravinsky.

De muziek

De partituur van Le Sacre du Printemps is radicaal. Stravinsky maakt heel wat onconventionele keuzes en gaat veel verder in het vrij componeren dan wat hij al deed in Petroesjka en De Vuurvogel. De hoge fagotsolo waarmee het werk begint, is maar één van de vele voorbeelden van de originele klanken die de componist uit zijn hoed tovert. Vaak boetseert hij ook nieuwe klanken door uitgekiende combinaties van instrumenten.

Daarnaast zijn ook de vorm en de muzikale logica eigenwijs. Je kan deze muziek best beschouwen als een aaneenschakeling van grote blokken, passages die gedurende een bepaalde tijd een bepaalde energie uitstralen, om vaak abrupt afgewisseld te worden met contrasterende blokken. De luisteraar die hierin probeert een meeslepend muzikaal narratief te vinden, blijft verweesd achter. De grillige ritmes en hoekige bewegingen versterken dit alles nog. De emoties zijn rauw, ongepolijst, primaal, kortom alles wat een beschaafd publiek associeert met het heidense, pre-beschaafde oude Rusland.

En net hier zit misschien wel de sterkste paradox van het hele werk. Want Stravinsky roept niet alleen een soort rituele oerklank op die past bij het exotische idee van een heidens lenteritueel in een ver en onontwikkeld land. Hij maakt ook gebruik van volksmelodieën uit Litouwen, Rusland en Wit-Rusland, zoals uitvoerig is aangetoond in analyses van de partituur. Uitgerekend die blik op het authentieke, ongerepte, volkse en zelfs primitieve, levert een uitgesproken moderne partituur op die door velen werd (en wordt) beschouwd als ‘op zijn tijd vooruit’. Stravinsky vond, in nauwe samenwerking met Diaghilev en Nijinsky en alle andere betrokkenen bij deze originele productie, effectief een nieuwe vorm zoals Georg Fuchs bepleitte.

Los van de controverse bij de première – die volgens sommige bronnen ook wel wat geënsceneerd was om aandacht te trekken – is Le Sacre effectief een sleutelwerk gebleken. Tal van componisten halen deze compositie aan als een ijkpunt. Van de Amerikaanse Elliott Carter, die na een uitvoering van het werk besloot om componist te worden, tot de Belgische Luc Brewaeys, die letterlijk elke noot uit de partituur uit het hoofd kende; voor talloze componisten en muzikanten blijft dit werk een bron van inspiratie. Vandaag bekleedt Le Sacre du Printemps dan ook een unieke positie in het orkestrepertoire. Het werk ligt bij elk zichzelf respecterend orkest op de pupiter en wordt in de meeste zalen minstens één keer per jaar geprogrammeerd. En toch heeft elke uitvoering opnieuw een grote impact op de luisteraar. Nooit missen de dreunende ritmes en de schrille klanken hun effect, telkens opnieuw werken de ijle dissonanten bezwerend. Het werk komt altijd tot op de huid van de luisteraar, precies wat Stravinsky, onder andere geïnspireerd door Georg Fuchs, beoogde.

Het concert wordt voorafgegaan door een gesprek met Klaas Coulembier om 19:15 uur in de Hortahal. Deze ontmoeting is in het Nederlands en in het Frans. De toegang is gratis.