Gepubliceerd op - Klaas Coulembier

1996 van Ryuichi Sakamoto

In de concertreeks ‘Echoes of the 20th Century’ vertellen we het verhaal achter twaalf iconische composities uit de 20e eeuw. Op 6 mei speelt Bang on a Can All-Stars het album 1996 van de Japanse componist Ryuichi Sakamoto. De meeslepende soundtracks werden speciaal op maat van het legendarisch ensemble bewerkt en klinken 30 jaar na datum in een uniek concert.

Dit artikel kadert in

Echoes of the 20th Century

Hij richtte in 1978 – als 26-jarige – de band Yellow Magic Orchestra op, hij stond vijf jaar later als acteur tegenover David Bowie op de set van Merry Christmas, Mr. Lawrence, en kreeg nog eens vier jaar later een Oscar én een Grammy voor zijn filmscore bij Bernardo Bertolucci’s film The Last Emperor. In 1992 luisterde de hele wereld naar zijn muziek tijdens de openingsceremonie van de Olympische zomerspelen, in 2006 kon je zijn ringtones voor Nokia downloaden, en in 2011 stond hij als activist op de barricaden tijdens het protest tegen kernenergie na de ramp in Fukushima. Ryuichi Sakamoto lijkt wel meerdere levens tegelijk te hebben geleefd. En wat nog opmerkelijker is: in elk van die levens was hij een invloedrijk figuur. 

“All music is very close to me, and I generally don't care about genres. I listen to anything; I create almost any kind of music. I understand that sometimes people might be confused about what I am. That's why I kind of focus on what I'm doing. But then I get bored with what I'm doing ...” - Sakamoto in een interview met Steve McClure in 1996 

Yellow Magic en hiphop 

Sakamoto begon zijn muzikale loopbaan op de klassieke manier. Als kind kreeg hij de klassiekers uit het Westen mee en ontwikkelde hij een grote liefde voor de muziek van Debussy. Toen hij achttien werd, trok hij naar de University of the Arts in Tokyo. Hij studeerde er niet alleen compositie, maar ontwikkelde ook een interesse voor etnomusicologie en elektronische muziek. Toen al was duidelijk dat zijn muzikale horizon erg breed was, en al snel begon hij te werken als studiomuzikant en arrangeur. Zo kwam hij in contact met belangrijke Japanse zangers zoals Masato Tomobe, Eiichi Ōtaki en Haruomi Hosono. Zijn eigen muziektaal kreeg meer en meer vorm en de wereld maakte kennis met de jonge Japanner dankzij het succesvolle en door hem opgerichte Yellow Magic Orchestra

Deze band onderscheidde zich van andere groepen door volledig in te zetten op elektronische klanken. Niet alleen alle mogelijke soorten synthesizers maar ook drumcomputers en stemvervormers zorgden voor een uniek en verfrissend geluid. Europese groepen als Duran Duran of Depeche Mode zouden beïnvloed worden door de eclectische sound van YMO. Ongeveer tegelijkertijd bracht Sakamoto ook een soloalbum uit, Thousand Knives of Ryuichi Sakamoto, waarin hij traditionele Japanse en Chinese muziek vermengde met elektronische klanken.  

Even vernieuwend was zijn tweede solo-album B-2 Unit, waaruit het nummer Riot in Lagos het bekendste werd. Vandaag wordt algemeen aangenomen dat dit nummer de basis vormde voor de ontwikkeling van zowel techno als hiphop. Vooral het specifieke geluid van de beats die Sakamoto had gemaakt, zou veel navolging krijgen, onder andere in de muziek van de pas overleden Afrika Bambaataa and Kurtis Mantronik. 

Het witte doek 

Hoewel de impact van zijn solo-albums en de muziek van YMO in muziekhistorisch opzicht wellicht de belangrijkste nalatenschap van Sakamoto is, was het vooral zijn filmmuziek die hem wereldwijde bekendheid en waardering bezorgde. Eigenlijk rolde hij bijna toevallig in het vak. Hij was door regisseur Nagisa Oshima gevraagd om te acteren in de film Merry Christmas, Mr. Lawrence. In een vlaag van zelfzekerheid en ambitie ging Sakamoto pas akkoord als hij ook de muziek voor de film mocht schrijven. Zo ging de bal aan het rollen en groeide hij uit tot een van de belangrijkste Japanse filmcomponisten van de 20ste eeuw. Ook voor The Last Emperor was hij eerst als acteur gevraagd, tot er plots muziek nodig was voor een scène met een klein orkestje. Uiteindelijk schreef hij de volledige soundtrack, waarin hij authentieke Chinese muziek combineerde met de klank van het (Westers) symfonisch orkest. Voor The Sheltering Sky koos hij – in lijn met de geportretteerde eenzaamheid in de Noord-Afrikaanse woestijn – voor een groot strijkorkest en eerder statische klankvelden om de desolate sfeer van de film weer te geven. 

Doorheen zijn carrière zou hij filmmuziek – een genre dat hij inspirerend maar ook vaak erg stresserend vond – blijven afwisselen met soloprojecten en andere muziekgenres. In 2015 componeerde hij een totaal andere soundtrack voor de film The Revenant. Lang aangehouden tonen en ambient klanken dragen bij aan de gespannen sfeer en getuigen van Sakamoto’s levenslange fascinatie voor klank. 

Vertaalde die fascinatie zich in zijn vroege jaren vooral in een zoektocht naar nieuwe (elektronische) geluiden en beats, dan verschoof zijn aandacht op latere leeftijd naar een geconcentreerde aandacht voor subtiele klankfenomenen. In Ryuichi Sakamoto: Coda, een documentaire uit 2017, zien we de componist gefascineerd luisteren naar de resonantie van cymbalen en gongs, maar even goed naar het geklater van de regen op het dak. Met een omgekeerde emmer op het hoofd in de regen gaan staan en field recordings maken van natuurgeluiden, ook dat is Sakamoto. 

Ryuichi Sakamoto in CODA documentary (still)

Een geëngageerd kunstenaar 

“If I feel strongly about something, I cannot look away” 
-- Ryuichi Sakamoto in de documentaire OPUS 

Ryuichi Sakamoto ontwikkelde naast zijn muziekcarrière een grote gevoeligheid voor maatschappelijke en ecologische thema’s. Hij zag de aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001 met zijn eigen ogen en reageerde daarna met een opinie onder de titel “To Not Retaliate Would Be True Courage”. Na de kernramp in Fukushima stond hij mee in de voorhoede van de grootste Japanse volksopstand in meer dan dertig jaar. Hij sprak de menigte van 170.000 protesteerders toe over de noodzaak om te stoppen met kernenergie en sloot af met de iconische woorden “Zwijgen na Fukushima is barbaars”. Hij had later ook een eigen collectie brilmonturen waarmee de organisatie moreTrees werd gesteund. In de bovenvermelde documentaire Coda exploreert hij de klank van een piano die werd beschadigd tijdens de tsunami die de ramp in Fukushima veroorzaakte. In deze pakkende scène raken zijn sociaal engagement en zijn artistieke praktijk elkaar. In zijn latere werken, onder andere zijn laatste album “async” (2017), verwerkte hij – naast nieuwe muziek geïnspireerd op Bach – de resultaten van zijn field recordings en bracht zo het geluid van de kwetsbare natuur binnen in zijn klankwereld. 

1996

In 1996 bracht Sakamoto een nieuw album uit, deze keer zonder elektronische klanken. Op de plaat staan zestien nummers die uit verschillende periodes van zijn carrière komen, meestal filmmuziek en allemaal bewerkt voor pianotrio. De componist zelf zat achter het klavier, samen met cellist Jacques Morelenbaum en verschillende violisten. De keuze voor deze bezetting hoeft niet te verwonderen, aangezien Sakamoto al van in zijn kindertijd gefascineerd was door de grote klassieke componisten, waaronder ook Beethoven en Debussy. In deze intieme instrumentale versies komt de essentie van zijn muziek in alle zuiverheid naar boven: melodische vindingrijkheid, sfeervolle harmonieën, en een overwegend rustige cadans. 

In datzelfde jaar 1996 ging Ryuichi Sakamoto ook op tournee met deze muziek. Live uitvoeringen van zijn muziek zijn – behalve wanneer hij zelf op het podium stond – eigenlijk eerder zeldzaam. In die zin is het bijzonder dat Bang on a Can All Stars met dit repertoire aan de slag gaat. 

Bang on a Can 

Bang on a Can All-Stars, het ensemble dat vanuit Bang on a Can de wereld rond reist om concerten te geven, maakte nieuwe bewerkingen van de klassiekers die op het album 1996 te horen zijn. Klarinettist Ken Thomson breidde de muzikale middelen uit tot een ensemble met extra strijkers, maar ook slagwerk, elektrische gitaar en klarinet. Voor deze arrangementen baseerde hij zich niet alleen op het album, maar greep hij ook terug naar de originele composities en eventuele andere bestaande bewerkingen. Zo geeft hij een nieuwe impuls aan de tijdloze melodieën van Sakamoto. 

Hoewel Ryuichi Sakamoto niet tot de vele componisten behoort waarmee Bang on a Can samenwerkte, resoneert zijn muziek wel met de interesse voor minimal music en klankgerichte composities die het Amerikaanse collectief kenmerkt. Zeker het nummer 1919, nieuw gecomponeerd voor het album in 1996, leunt met het minimalistische en ietwat ruwere karakter aan bij de esthetiek van Bang on a Can. De arrangementen brengen nieuwe accenten naar boven in het bijzonder diverse oeuvre van de Japanse componist.