Gepubliceerd op - Pamela Peters

Oordeel zonder jury

Pamela Peters kijkt naar 'Double You Double You' (2019) van Laure Cottin Stefanelli en reflecteert op de blik die beoordeelt, zelfs wanneer er geen jury is. Wat betekent het om jezelf voortdurend te tonen voor een blik die er misschien niet eens is?

Twee handen glijden over huid. Ze smeren olie in over een gespierd lichaam. Traag en methodisch. Over de schouders, langs de armen, over de rug. De spieren tekenen zich af onder de huid. Bollingen, lijnen, contouren. De olie benadrukt elk detail, doet elke spier harder uitkomen, maakt het lichaam glanzend en gedefinieerd. Je hoort het, de wrijving van de handen op de huid. Het geluid van olie die wordt verdeeld, centimeter voor centimeter. De camera glijdt mee over het lichaam, volgt elke beweging. Je ziet hoe de spieren reageren op de aanraking, hoe de olie zich verdeelt in elke plooi.  Iedere porie, haar en glinstering wordt tastbaar. Het licht kaatst op het natte oppervlak. Je kunt de olie bijna ruiken. De camera is zo dichtbij dat je bijna voelt wat je ziet. Zo dicht dat de grens tussen kijken en aanraken bijna vervaagt.

We zien delen van een gelaat. Rode lippen, glinsterende juwelen, valse wimpers. Een blik die zich naar binnen richt, de ogen gesloten, voorbereiding op uiterste concentratie. De camera volgt een vrouwelijke bodybuilder terwijl ze zich voorbereidt op een wedstrijd. Dan neemt ze de poses aan. Ze draait, buigt, spant haar lichaam in houdingen die bedoeld zijn om beoordeeld te worden. Elke houding is gepreciseerd en getraind. De armen gestrekt, de spieren aangespannen, de schouders naar achteren. Ze kent de choreografie. Ze weet hoe het licht moet vallen om zich perfect te presenteren. Maar er zijn geen andere deelnemers, geen publiek, geen jury. Ik ben de enige toeschouwer.

Ik kijk naar de film Double You Double You (2019) van Laure Cottin Stefanelli, waarin een Belgische professionele bodybuilder centraal staat.

Ze bereidt zich voor om beoordeeld te worden, maar er is niemand. De competitie is geënsceneerd. En toch is de handeling niet minder bewust. Deze paradox fascineert me. Het deed me nadenken:hoe vaak doen we dit zelf? Ons voorbereiden op de blik van de ander. Ons presenteren en aanpassen voor het oordeel — of de verbeelding van dat oordeel.

Het lichaam van deze bodybuilder is het resultaat van staalharde discipline en strenge eet- en sportregimes. Haar grote, krachtige, gespierde lichaam staat haaks op het schoonheidsideaal dat vandaag opnieuw heerst: magere, frele, kleine lichamen. En toch volgt ze hetzelfde patroon. Discipline. Controle. Het lichaam vormgeven volgens regels — alleen met een ander doel. Groter worden in plaats van kleiner. Sterker in plaats van slanker. Maar altijd: het lichaam aanpassen om te voldoen aan een norm.

Moet een vrouwelijk lichaam altijd gevormd worden? Altijd gecontroleerd, gedisciplineerd, aangepast?

Voor vrouwen met krachtige, gespierde lichamen is die beoordeling niet abstract. Ik denk aan topsporters die publiekelijk bespot worden omdat hun lichaam te sterk, te gespierd, te ”mannelijk” zijn. Vrouwen die worden uitgesloten uit competities omdat hun lichaam als een bedreiging wordt gezien.

En toch is een zacht lichaam ook niet goed genoeg. Het moet mager zijn, strak, gecontroleerd. Sterk is te mannelijk. Zacht is te slap. Er is maar één vorm die acceptabel lijkt.

Waarom vinden we het zo moeilijk om verschillende vormen te aanvaarden? We zien het overal: filters die gezichten gladder maken, lichamen slanker, huid perfecter. Medicijnen die oorspronkelijk bedoeld waren voor andere aandoeningen, nu genormaliseerd om mager te zijn — alsof ons natuurlijk lichaam een probleem is dat opgelost moet worden. Fitfluencers die lichamen presenteren als projecten, discipline als deugd, transformaties als bewijs van wilskracht. Waarom proberen we allemaal in diezelfde mal te passen? Om te voldoen aan het oordeel van de ander? Of om dat oordeel te kunnen controleren?

En toch zien we ook verzet. Mensen die weigeren hun lichaam nog langer te etaleren. Die ‘body neutrality’ omarmen in plaats van positivity. Maar zelfs dat verzet erkent: de blik is er altijd.

Misschien begint het met om die blik te herkennen — en te beseffen dat we zelf ook kijken.

Ik denk terug aan de bodybuilder in de film van Stefanelli. Ze bereidt zich voor om beoordeeld te worden, maar er is niemand. Alleen de camera. En toch gaat ze door met de poses, met de voorbereiding, met het ritueel. En ik herken het. Want ook wij doen dat, elke dag. Ons voorbereiden, aanpassen, performen voor een blik die er misschien niet eens is. Alsof we altijd bekeken worden — ook als er niemand kijkt.