Met DRESSING en mata! onderzoekt de kunstenaar de codes die onze lichamen en gedragingen vormgeven, van genderconstructies tot mechanismen van dominantie. Het groteske en het burleske worden manieren om onze blik op de mens en zijn tegenstrijdigheden te verschuiven. De twee performances worden voorgesteld in Bozar, in dialoog met de tentoonstelling The Fabric Decides. Edith Dekyndt x Cristóbal Balenciaga. Ze onderzoeken hoe textiel lichamen beperkt, bewegingen vormgeeft en nieuwe mogelijkheden opent.
In Bozar maken je performances deel uit van een programmatie waarin ook de expo ondergebracht is. Wat spreekt je aan in het werk van Edith Dekyndt?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Wat me bijzonder aanspreekt in het werk van Edith Dekyndt, is de manier waarop ze textiel benadert in relatie tot de ruimte, onder meer via vormen die monumentaal en abstract kunnen worden. Textielkunst wordt nog te vaak geassocieerd met vrouwen of met huishoudelijke praktijken, een erfenis van een culturele traditie die door patriarchale structuren wordt gekenmerkt. Toch roept ze veel bredere vragen op, over de manier waarop we onze omgeving bewonen, vormgeven en organiseren. Die relatie tussen textiel, het lichaam en de ruimte loopt ook als een rode draad door mijn werk. Ik beschouw kostuum, scenografie en architectuur als vormen die het lichaam op verschillende schaalniveaus omhullen, beschermen, beperken of transformeren. Kleding kun je zo zien als een intieme architectuur, terwijl architectuur op haar beurt een andere vorm van omhulling vormt.
Hoe is je verhouding tot kleding in de loop van je carrière geëvolueerd?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Mijn parcours begon met een benadering van kleding als een object dat vervaardigd en verkocht wordt. Daarna verschoof mijn aandacht naar de beeldhouwkunst, vervolgens naar choreografie en performance. Die verschillende praktijken blijven vandaag met elkaar in dialoog treden in mijn werk. Ik ben onder meer geïnteresseerd in de kostuumcollectie van het Théâtre national de Bruxelles, in kledingstukken die al verhalen, gebruikssporen en gebaren in zich dragen, en soms zelfs de herinnering aan de lichamen die ze hebben gedragen. In plaats van telkens nieuwe objecten te produceren, wil ik de mogelijkheden onderzoeken om bestaande vormen te transformeren en te activeren.
Een kostuum dat voor dans bestemd is, ondergaat een bijzonder intensief proces van activering. Wat me interesseert, is dat de choreografie al in het ontwerp besloten kan liggen: een snit, een volume, een gewicht of een materiaal kan bewegingen uitlokken, de houding veranderen, een gebaar verlengen of nieuwe gebaren doen ontstaan. Het kostuum is dus niet zomaar een element dat de dans begeleidt. Het kan het vertrekpunt worden van een choreografische taal, een voorstel dat aan het lichaam wordt gericht.
Welke plaats neemt het kostuum dan in de choreografie in?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Het kostuum kan de contouren van het lichaam verschuiven, onze perceptie van het silhouet veranderen en soms zelfs vertroebelen wat we als menselijk herkennen. Vooral wanneer het hybride figuren mogelijk maakt, verschijningsvormen die ontsnappen aan onze gebruikelijke categorieën, vind ik het interessant. Door de proporties van het lichaam te veranderen of bepaalde lichaamsdelen aan het zicht te onttrekken, beïnvloedt kleding rechtstreeks hoe we staan, lopen en ons verplaatsen.
Die transformaties bieden ook ruimte om na te denken over identiteiten, en in het bijzonder over queer identiteiten, en over onze verhouding tot andere soorten. In Flags Parade heb ik me bijvoorbeeld verdiept in het baltsgedrag van vogels en in de manier waarop hun verenkleed, kleuren en bewegingen bijdragen aan vormen van verleiding en communicatie. Bij sommige soorten wordt het lichaam zelf een drager van tekens, een visuele en gestuele taal.
Die gedragingen interesseren me omdat ze ons in staat stellen andere manieren te verbeelden om over zelfrepresentatie, verleiding en de performativiteit van identiteit na te denken.
Het kledingstuk verandert dus niet alleen de beweging, maar produceert ook betekenis?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Er bestaat een wederzijdse relatie tussen het lichaam en het kostuum. Ik heb de performers met wie ik samenwerk deze vraag gesteld: brengt het lichaam het kledingstuk in beweging, of laat het kledingstuk het lichaam dansen? We beschouwen het menselijk lichaam vaak als degene die beslist, controleert en de beweging organiseert. Maar een kostuum kan weerstand bieden, een ritme opleggen of een onverwacht gebaar suggereren. Het gaat erom een andere vorm van relatie te verkennen, waarbij de danser soms aanvaardt niet langer de enige initiatiefnemer van de beweging te zijn, maar zich door het materiaal te laten leiden.
Naast die fysieke dimensie is er ook een sociale en symbolische dimensie. Een rok en een broek lokken niet dezelfde bewegingen uit, maar ze dragen evenmin dezelfde betekenissen uit. Onze kleding draagt de sporen van een tijdperk, van conventies, van gender- en klassenverhoudingen en van de groepen waartoe we behoren. Het kostuum werkt dus op verschillende niveaus: het verandert concreet de bewegingsmogelijkheden en verschuift tegelijk de betekenissen die we toekennen aan de lichamen die het dragen.
Wat vertelt DRESSING?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: DRESSING ontvouwt zich als een bijzonder lang aankleedritueel, een geleidelijke metamorfose waarbij hybride, haast insectachtige figuren steeds menselijker worden naarmate ze zich aankleden. Het kostuum is tegelijk een sculptuur die tot leven wordt gewekt, een omhulling en een middel tot transformatie. Naarmate de verschillende kledingstukken zich opstapelen, veranderen de lichamen van proportie, richten ze zich op en vormen ze uiteindelijk drie monumentale silhouetten. Rood is alomtegenwoordig: de lichamen worden geleidelijk steeds roder, tot ze opgaan in een kleurmassa en er een soort levend kleurmonoliet ontstaat.
Die transformatie heeft iets burlesks en grotesks. Ze is onder meer geïnspireerd op de hybride figuren van Bruegel, op die samengestelde wezens waarin de grenzen tussen verschillende soorten lijken te vervagen. Maar de metamorfose biedt ook een bewust absurde kijk op onze menselijkheid. Het is alsof dieren zich aankleden om mens te worden en uiteindelijk de militaire mars aannemen als de ultieme uitdrukking van die menselijke conditie. Dat beeld maakt me aan het lachen, maar verontrust me tegelijk. Het stelt de vraag bij het idee dat we superieur zouden zijn aan andere soorten. Wat als de mens, in zijn obsessie met controle, orde en dominantie, uiteindelijk een ronduit belachelijke conditie heeft?
In mata! vertrek je van een sterk gecodificeerd kostuum, dat van de matador. Wat wilde je daaraan veranderen?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Het kostuum van de matador is fascinerend omdat de codes ervan sinds de negentiende eeuw nauwelijks veranderd zijn. Samen met Grégoire Schaller, mede-auteur van het stuk, ben ik naar Madrid gereisd om de sastrería Fermín te bezoeken. Daar konden we de vervaardigingstechnieken observeren en beter begrijpen hoe dat silhouet wordt opgebouwd.
Ik heb ervoor gekozen het traditionele patroon te behouden, maar het materiaal radicaal te veranderen. Het oorspronkelijke kostuum is ontworpen om te glanzen, het licht op te vangen en te weerkaatsen. Ik gebruikte daarentegen vilt, dat het licht absorbeert. Die keuze maakte het ook mogelijk om het dier symbolisch opnieuw in het kostuum te introduceren, via de wol van het schaap. Ik wilde het dier terugbrengen op het lichaam van degene die in de arena precies de rol heeft om het te doden. Zo beginnen de grenzen tussen de matador en de stier te vervagen, net als die tussen dominantie en kwetsbaarheid.
De matador belichaamt bovendien een sterk geënsceneerde vorm van mannelijkheid. Zijn houding, vooruitgestoken borstkas en gestructureerde jasje construeren een beeld van viriele autoriteit. Toch bestaat dat silhouet ook uit elementen die we volgens de hedendaagse conventies eerder met vrouwelijkheid zouden associëren: panty's, ballerina's, een nauwsluitende broek en een geaccentueerde taille.
Net die dubbelzinnigheid interesseert me. Vanuit een benadering die aansluit bij drag kings proberen we de codes van mannelijkheid uit te vergroten, te verschuiven en hun geconstrueerde karakter bloot te leggen. De figuur van de matador wordt zo een choreografisch speelterrein, waar de tekens van macht, viriliteit en dominantie zich geleidelijk tegen zichzelf kunnen keren.
Je stelt je werk voor het eerst voor in Brussel. Wat betekent dat voor jou?
Darius Dolatyari-Dolatdoust: Deze presentatie heeft voor mij een bijzondere betekenis, omdat ik in Brussel heb gestudeerd, eerst aan de Académie royale des Beaux-Arts en vervolgens aan La Cambre. Ik heb een belangrijk deel van mijn werk in Vlaanderen kunnen ontwikkelen en presenteren, maar het is de eerste keer dat mijn performances in Brussel worden getoond.
Met deze stukken naar de stad terugkeren, betekent dan ook een belangrijk moment in mijn parcours. Ik ben bijzonder blij dat ik ze hier kan delen.