train

Gepubliceerd op - Lotte Poté

Zonder dwarsliggers geen spoor

In gesprek met Rinus Van de Velde

Tot 15 mei kan je bij Bozar terecht om mee aan boord te stappen van de Inner Travels van kunstenaar Rinus Van de Velde. De tentoonstelling van EUROPALIA TRAINS & TRACKS laat een glimp zien van wat er zich de afgelopen 15 jaar zoal afspeelde in zijn atelier.

Vanaf het begin van zijn carrière creëerde Rinus Van de Velde haast obsessief een visuele wereld in houtskool. Een pad dat hij nog altijd graag bewandelt, maar door de jaren heen brachten dwarsliggers hem naar andere bestemmingen. Bestemmingen in kleur, in 3D of aan de zijde van andere kunstenaars. Een artistieke reis waar intuïtie en verbeelding primeert. Wij vroegen hem naar het hoe en wat van deze grote tentoonstelling, naar wat het Paleis voor Schone Kunsten voor hem betekent, en naar waar de toekomst hem nog zal brengen.

De tentoonstelling kreeg de titel Inner Travels. Welk verhaal wil je daarmee brengen?

EUROPALIA kwam naar mij toe met hun festival over treinen, een thema dat we open trokken naar de trein als metafoor voor een reis. In mijn werk is de innerlijke reis, een reis maken in je verbeelding, een belangrijk thema. Maar verwacht zeker geen brochure met vakantiebestemmingen. Ik reis bijvoorbeeld ook naar andere tijden, waar ik kunstenaars als Claude Monet en Edvard Munch ontmoet. De tentoonstelling is een ode aan de verbeelding.

Rinus Van de Velde, La Ruta Natural, 2019-2021 © Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp

Fysiek reis je bijna niet?

Nee, maar ik ben ook geen kluizenaar die nooit buitenkomt. Er zijn een aantal redenen waarom ik niet graag reis, maar die zijn puur persoonlijk. Voor mijn werk reis ik natuurlijk wel en zo kan ik het werk van andere kunstenaars ontdekken. Maar ik ken heel veel kunst op een digitale manier, wat natuurlijk niet hetzelfde is. Toen ik bij Bozar de David Hockney-tentoonstelling zag, stond ik versteld van het portret dat hij van zijn ouders maakte. Ik heb het honderden keren gezien in catalogi, maar in het echt is de beleving toch anders, de details, de kleuren… We zitten in een periode waarin technologie kunst bijna perfect kan capteren. Het aura van kunst verdwijnt, waardoor ik werken kan gebruiken als inspiratiebron en als afbeelding. In de tentoonstelling hangt bijvoorbeeld een werk waarbij ik me liet inspireren door Pierre Bonnard.

Je put inspiratie uit de kunstgeschiedenis bij het maken van je werk, maar in deze expo stel je ook tentoon met andere topkunstenaars. Is het de eerste keer dat je dat doet?

Deze zomer heb ik in Nantes ook zo’n tentoonstelling gemaakt. In dialoog met andere kunstenaars vertelde ik er een nieuw verhaal, iets wat ik in Bozar ook doe. Toen ik de vraag kreeg van EUROPALIA had ik net die ongelofelijke Brâncuși-tentoonstelling gezien. Omdat er zoveel expertise in huis is om bruiklenen aan te vragen, was dit voor mij de ideale gelegenheid. Het maakte het project nog spannender. Op een bepaald moment had ik een boek gemaakt met 150 werken die ik zou willen tonen – veel te veel natuurlijk. Daarop zijn we beginnen selecteren, wat ook een deel van mijn praktijk is. Wat ik doe in mijn atelier is al een soort cureren. Ik baseer me vaak op werk van andere kunstenaars, maar nu komt daar nog een extra laag bij: hun aanwezigheid in de expo.

Waarom koos je voor artistieke tegenhangers?

Wat je het meeste aantrekt, is vaak wat je zelf niet bent. Het pleinairisme staat mijlenver van mij af. Het symboliseert een soort ultiem verlangen, en tegelijk een besef dat dat alles is wat ik niet ben. Ik had hier ook een Rodney Graham kunnen hangen, die veel dichter bij mijn werk aanleunt, maar dan zou het ook een soort bevestiging zijn dat wat ik doe ook door anderen gedaan wordt. Ik geloof heel hard in de unieke positie van een kunstenaar. Het is veel interessanter om raakvlakken te zoeken met artiesten die iets totaal anders doen.

Je toont je alom bekende houtskooltekeningen, maar nu ook werk in kleur. Hoe ben je daartoe gekomen?

De zoektocht naar een tekening in kleur is er van bij het begin geweest. Tien jaar heeft het mij gekost. Ik ben oliepastel onder de knie beginnen krijgen en er obsessief mee beginnen tekenen. Dat is een heel organisch proces zonder grote stappen. Alleen de diehard fans weten waar ik de laatste tijd allemaal mee bezig ben geweest. Ik neem het publiek het niet kwalijk dat ze mij vereenzelvigen met houtskooltekeningen. Maar daarom is deze tentoonstelling in Bozar zo belangrijk, omdat ik op zo’n grote schaal in België kan laten zien wat er de laatste vijftien jaar is gebeurd.  

Is Inner Travels dan jouw meest ‘totale’ tentoonstelling tot nu toe?

In België is het dat zeker. In het thuisland tentoonstellen, is voor mij ook altijd iets speciaals en het is voor mij dan ook heel belangrijk om alle media te tonen.

Exhibition view © Courtesy Tim Van Laere Gallery, Antwerp.

Het Paleis voor Schone Kunsten heeft een lange tentoonstellingstraditie. We vieren dit jaar ook feest, want het ‘idee’ van het kunstenhuis bestaat 100 jaar. Hoe is het voor jou om hier tentoon te stellen?

Ik kom hier al mijn hele leven. Bozar is een van de belangrijkste kunstinstellingen in België. Ik heb hier tentoonstellingen gezien die mij mee gevormd hebben: Jeff Wall, Neo Rauch, Michaël Borremans, Luc Tuymans … De allereerste die ik mij herinner, was er een van Karel Appel. Vanaf mijn studies kwam ik naar elke expo in het Paleis. Ik fotoshopte dan mijn werk in de zalen en dacht “hoe zou het zijn om mijn werk hier te hangen? Hoe zou dat werken qua schaal?”.  Als het dan 20 jaar later zo ver is, dan doet met dat wel iets.

Wat hebben de kunsten voor jou nog in petto denk je?

Als ik dat zou weten, was ik het nu aan het maken. Alles komt heel intuïtief. Je kan hele grote plannen hebben, maar die plannen werken nooit. Het laatste werk dat we gemaakt hebben, is de trein die je in het begin van de tentoonstelling meteen ziet staan, een climax in mijn carrière als artiest. We hebben nog nooit zo’n uitgebreid decor gemaakt, dat tot in het kleinste detail werd uitgewerkt. Hoe gaan we nu verder? Hoe gaan we het spannend houden in het atelier? Dat is eigenlijk de enige vraag die ertoe doet. Ik ben heel ‘licht’ begonnen met tekenen en nu zijn we heel lang bezig aan één decor, dat kan je niet meer licht noemen. Misschien wil ik proberen om die lichtheid terug in mijn werk te brengen.