Belgian National Orchestra, Halls & Vinnitskaya
11 Sept.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Anna Thorvaldsdottir (°1977)
Aeriality (2011)
Robert Schumann (1810- 1856)
Pianoconcerto in a-mineur, op. 54 (1845)
I. Allegro affettuoso
II. Intermezzo: Andantino grazioso
III. Allegro vivace
Pauze
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 1 in D-majeur, "Titan" (1888)
I. Langsam schleppend
II. Kräftig bewegt
III. Feierlich und gemessen
IV. Stürmisch bewegt
Einde voorzien om 22:15
Dank aan de spelers van de Nationale Loterij, aan de Tax Shelter van de Belgische federale overheid via Casa Kafka Pictures.
Thorvaldsdottir - Aeriality
Aeriality is een werk voor een groot instrumentaal ensemble, geschreven in 2010-2011, dat bestaat uit weidse klanktexturen in combinatie en in contrast met diverse vormen van lyrisch materiaal. Het stuk werd geschreven in opdracht van het IJslands Symfonieorkest en ging op 24 november 2011 in première onder leiding van Ilan Volkov in Harpa, het nieuwe concert- en conferentiecentrum in Reykjavik, IJsland.
Aeriality verwijst naar het door de lucht zweven zonder of met slechts weinig om je aan vast te houden – alsof je vliegt – en de muziek geeft zowel het gevoel van absolute vrijheid weer dat voortkomt uit het ontbreken van gehechtheid, als het gevoel van onbehagen dat door diezelfde omstandigheden wordt opgeroepen. De titel ontleent zijn essentie aan verschillende aspecten van de betekenis van het woord ‘aerial’ en verwijst naar de visuele inspiratie die zo’n uitzicht biedt. 'Aeriality' is ook een woordspeling, waarbij de woorden ‘aerial’ en ‘reality’ worden gecombineerd om twee verschillende werelden te suggereren: ‘reality’, de aarde, en ‘aerial’, de lucht of het ongrijpbare.
Aeriality bevindt zich op de grens tussen symfonische muziek en geluidskunst. Delen van het werk bestaan uit dichte clusters van klanken die een eenheid vormen wanneer de instrumenten van het orkest samensmelten tot één kracht – een klankmassa. Het onderscheid tussen de afzonderlijke instrumenten vervaagt enigszins en het orkest wordt één bewegend geheel, hoewel het soms lagen van stromend materiaal vormt die tussen verschillende instrumentengroepen vloeien. Deze chromatische klanklagen worden uitgebreid door het gebruik van kwarttonen, waardoor uitgestrekte klanktexturen ontstaan. Op wat wellicht de climax van de muziek genoemd kan worden, bouwt zich langzaam een enorme, aanhoudende oceaan van kwarttonen op, die vervolgens wordt losgelaten in een kort lyrisch veld dat vrijwel onmiddellijk wegsterft op het hoogtepunt van zijn eigen urgentie, om slechts als een schaduw achter te blijven.
Anna Thorvaldsdottir
Mahler – Eerste symfonie
Toen het publiek in 1889 kennismaakte met de Eerste symfonie van de nog relatief onbekende Oostenrijkse componist-dirigent Gustav Mahler (1860- 1911), waren de meningen verdeeld. Men had vol bewondering naar de eerste twee delen geluisterd, maar tijdens het derde en vierde deel ontstond steeds meer gewemel en protest in de Vigadóconcertzaal in Boedapest. Publiek en critici meenden in Mahlers werk een verbrokkelde en incoherente muzikale structuur te horen. In zekere zin hadden ze daar ook gelijk in: het oeuvre van Mahler markeert immers een groot kantelpunt in de muziekgeschiedenis. Zijn tien symfonieën (waarvan de laatste onafgewerkt) omspannen niet alleen in tijd maar ook in stijl de overgang van de romantische negentiende eeuw naar het modernisme van de twintigste eeuw. Zowel politiek als sociaal-cultureel kwamen de pracht en praal van het negentiende-eeuwse Oostenrijk steeds meer onder spanning te staan. Mahlers symfonieën verklanken hoe de Duits-Oostenrijkse romantiek, die zowat een eeuw lang de esthetische norm in Europa had bepaald, ook in de muziek duidelijk op haar laatste benen liep.
In de eerste plaats verdiende Mahler de kost als dirigent van prestigieuze instellingen als de Wiener Philharmoniker en de Wiener Staatsoper, en later de New York Philharmonic en de Metropolitan Opera. Componeren deed hij in de zomer, tussen de drukke concertseizoenen in. Het schrijven van muziek was voor Mahler een haast existentiële noodzaak; een manier om zich tot de wereld te verhouden. Men zegt wel eens dat de Oostenrijkse componist met elk van zijn tien monumentale symfonieën “de wereld wilde verklanken”. Dat betekent echter allerminst dat Mahler in zijn muziek een picturaal, netjes afgelijnd beeld wilde schetsen van de wereld zoals die ons in het dagelijkse leven aandient. Die verklanking van de wereld gebeurde eerder op abstracte wijze. Mahler geloofde, volledig in lijn met de laatromantische muziekfilosofie, dat de muziek emoties en betekenissen kan bevatten die het gesproken woord of zelfs het verstand overstijgen. De essentie van het leven, en van de dood, kan in de muziek verstaanbaar worden gemaakt. Gezien deze overtuiging hoeft het niet te verbazen dat het oeuvre van Mahler nagenoeg uitsluitend symfonische muziek bevat, vaak in monsterlijke bezettingen, al dan niet met koor en vocale solisten.
Mahler beschouwde zijn eerste vier symfonieën als een soort tetralogie. In alle vier deze symfonieën ontleende hij een groot deel van zijn materiaal aan zijn symfonische liedcyclus Des Knaben Wunderhorn, die hij quasi parallel met deze vier symfonieën componeerde. In die volbloed romantische liedcyclus, op teksten van Achim von Arnim en Clemens Brentano, peilt de Oostenrijkse componist naar de wortels van de Germaanse cultuur. De verwantschap tussen de vier Wunderhornsymfonieën gaat ook verder dan het direct tekstuele en muzikale: in de tetralogie zit ook een conceptuele eenheid. Mahlers Eerste symfonie staat in het teken van het overwinnen van de aardse beslommeringen. In de Tweede symfonie staat de thematiek van dood en vergankelijkheid centraal. Met haar kosmische proporties behandelt de Derde symfonie de plaats van de mens binnen het universum, en Mahlers Vierde kan worden begrepen als een meditatie op het leven na de dood. Geen wonder dat Mahler wel eens de ‘componerende filosoof’ wordt genoemd.
Van Mahlers vier Wunderhornsymfonieën is de eerste veruit de meest optimistische; althans op het eerste gezicht. Het werk opent met een van de langste pedaaltonen uit het hele symfonische repertoire. Het lijkt wel een eeuwige oertoon van waaruit de natuur ontwaakt. Uit die vruchtbare bodem ontkiemen enkele flarden van thema’s, eerst vanuit de verte (hoorns en trompetten, die hiervoor doorgaans vanuit de coulissen spelen), dan van dichtbij. Wat volgt is een poëtische woud-idylle, compleet met het geroep van de koekoek (klarinet) en vogelgeluiden (fluiten). Deze wirwar van motiefjes ontwikkelt zich in de ochtendschemering, tot in een eerste grote climax plots de zon het tafereel verlicht. In een eerste versie van de partituur had Mahler dit openingsdeel ooit de ondertitel Frühling und kein Ende [Lente en geen einde] gegeven, en de toon is inderdaad ongebreideld optimistisch. Het tweede deel is opnieuw een vrolijke viering van de natuur, maar ditmaal vanuit het perspectief van de mens. Mahler schreef dit scherzo in de traditie van de Ländler, een uitbundige boerendans in een driekwartsmaat die sinds Schubert een kenmerkend ingrediënt was van de Oostenrijkse orkestmuziek.
In het derde deel slaat de sfeer om. De aandachtige luisteraar herkent in de contrabassolo de bekende Broeder Jacob-melodie, die hier in een verrassende mineurtoonaard als een dodenmars wordt gepresenteerd. Andere instrumenten sluiten aan in een briljant uitgewerkte orkestrale canon. De serene sfeer in de lage strijkers en het slagwerk wordt echter meermaals verstoord door bijna kitscherige interpellaties, alsof plots een circus dwars doorheen de rouwstoet trekt. Vlak voordat deze groteske vertoning dreigt te ontaarden in totale trivialiteit, verschijnt plots een delicate cantilene. Na deze intieme oase van lyriek trekt de rouwstoet verder, tot hij achter de horizon verdwijnt. De vele gezichten van dit Andante zijn het vroegste voorbeeld van Mahlers meest typerende techniek: het bruusk juxtaponeren van totaal uiteenlopende stemmingen. Die bijtende, ironische en haast verwijtende kant van Mahlers muziek kon het op pracht en praal gerichte publiek in Oostenrijk-Hongarije allerminst smaken.
Op basis van de indrukwekkende finale gaf Mahler zijn Eerste symfonie de bijnaam ‘Titan’. In een brief aan een van zijn boezemvrienden valt te lezen: “De laatste beweging opent met een vreselijke schreeuw. Onze held voelt zich volledig verlaten en worstelt met alle leed in de wereld. [...] Telkens wanneer deze Titaan de rug recht en het leed van de wereld weet te overstijgen, slaat het lot hem neer met een nieuwe klap”. Inderdaad, in de lijvige slotbeweging wordt elke orkestrale uitbarsting haast onmiddellijk beantwoord met een episode van verwarring en emotionele terugval. Toch kijkt Mahler uiteindelijk optimistisch aan tegen het leven: hij doopte deze finale Dall’Inferno al Paradiso [Van de hel naar de hemel] (Mahler ontleent hier overigens enkele muzikale motieven aan de Dantesymfonie van Liszt). Mahlers Titaanse eindigt inderdaad met de belofte van het paradijs: de finale mondt uit in een grandioze slotpassage, waar het orkest op volle kracht een overwinningsthema ten gehore brengt dat bijna identiek is aan het kosmische oerthema waarmee de symfonie vol verwachting opende.
Arne Herman
Schumann – Concerto voor piano en orkest in a-klein, op. 54
In het begin van 1841, net nadat hij de Eerste symfonie had afgewerkt, componeerde Schumann een Fantasie voor piano en orkest in a-klein en in één deel, opgedragen aan zijn vrouw Clara. Vier jaar later hernam hij het werk en maakte hij er het eerste deel van een driedelig concerto van, opgedragen aan de pianist Hiller. Nochtans zou opnieuw Clara voor de creatie ervan instaan, en dit op 1 januari 1846 in Leipzig. De triomfen die het werk van bij de aanvang kende, zijn nooit weerlegd geworden en het concerto blijft tot vandaag een van de favorieten van de uitvoerders en van het publiek. Dit concerto, dat tot Schumanns mooiste en spontaanste melodische werken behoort, is, in de woorden van de componist zelf, "iets tussen het concerto, de symfonie en de grote sonate": een soort van muzikaal gedicht waarbij de piano al dialogerend wedijvert met een nooit overweldigend orkest en zijn verschillende instrumentengroepen.
Het driedelige Pianoconcerto in a-klein, op. 54 vangt aan met een herwerkte versie van de Fantasie, met een heel mooi cyclisch thema dat wordt voorgesteld door de hobo en hernomen door de piano. Het wordt verrijkt met twee secundaire motieven en zal het ganse deel, dat kan worden beschouwd als een reeks variaties in fluctuerende tempo's, domineren. Op het einde van het deel komt een lange cadens tussenbeide, voor een laatste ritmische variatie op het hoofdthema. Het tweede deel, een Intermezzo in F-groot en in 3/4, heeft een aba-vorm. De eerste sectie stelt een zachte en delicate dialoog voor tussen de solist en het orkest door middel van korte tussenkomsten van zestiende noten. In de centrale sectie zingen de cello's op een warme manier, terwijl de klarinetten en de fagotten ons herinneren aan het beginthema van het eerste deel en tegelijkertijd het thema van de finale voorbereiden, die zonder onderbreking op de herneming volgt. Die Finale: Allegro vivace in A-groot en in 3/4, is een sonatevorm met twee thema's, waarbij het eerste, innemende thema uit de thematiek van het eerste deel tegenover het tweede thema wordt geplaatst dat wordt gebroken door tegentijden, om zodoende de indruk te wekken van een maat in 3/2. Het einde herneemt beide thema's, om zo een eenheid in het werk te bewerkstelligen.
Schumann slaagt erin om de lyrische ingevingen uit zijn liederen en korte pianostukken met de grote vorm te verzoenen. Dit laatste was trouwens ook de betrachting van zijn vier symfonieën en van de vorige concerti, alle geschreven in de jaren 1840-50. In zijn beste momenten, zoals in het Pianoconcerto op. 54, maakte Schumann duidelijk dat de grote vorm niet noodgedwongen synoniem hoeft te zijn voor verregaande verwerkingen van materiaal. De componist legde het door en door Germaanse principe van de doorwerking of Durchführung naast zich neer en varieerde zijn thema's op fantasievolle wijze. Van de solist wordt daarbij in de eerste plaats muzikaliteit vereist en het vermogen om met het orkest de lyrische adem gaande te houden. De technische dominatie van de traditionele solist wordt ingeruild voor een expressieve hoofdrol.
Benoît Jacquemin (vertaald uit het frans door Emmanuel Meerschaut)
Als geen ander ontvouwt de IJslandse componist Anna Thorvaldsdottir sublieme klanklandschappen. Ze heeft een voorliefde voor het orkest en zijn onbegrensde mogelijkheden en in Bozar hoor je dit seizoen een ruime selectie van haar orkestwerken. Het BNO gaat een nauwe samenwerking aan en brengt vier grootschalige werken. In dit interview werpt Thorvaldsdottir licht op haar inspiratiebronnen, haar compositieproces en de komende projecten.
Portret Anna Thorvaldsdottir
- 15 Nov.'26 Quatuor Diotima Enigma
- 25 Nov.'26 Het Collectief Spectra
- 4 Dec.'26 BNO, Ollikainen & Falk Winland Catamorphosis
- 16 Jan.'27 Antwerp Symphony Orchestra, Vänskä & Skride Metacosmos
- 28 May'27 BNO, Schønwandt & Steckel Before we fall
- 21 June'27 BNO & Tom De Cock Metaxis
Matthew Halls
muzikale leiding
Matthew Halls is sinds augustus 2023 chef-dirigent van het Tampere Philharmonic in Finland.
Naast concerten in Tampere brengt seizoen 2026/27 hem opnieuw naar onder meer het Dallas Symphony Orchestra, het Atlanta Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker, het Iceland Symphony Orchestra, het Bergen Philharmonic Orchestra, het Milwaukee Symphony Orchestra, het SWR Symphonieorchester en het Stavanger Symphony Orchestra. Daarnaast leidt hij drie producties met het Belgian National Orchestra als Artistic Partner, waaronder het openings- en slotconcert van het seizoen.
Hoogtepunten van de voorbije drie seizoenen waren terugkeeroptredens bij het Finnish Radio Symphony Orchestra, de Warsaw Philharmonic, de Tapiola Sinfonietta en het Tonkünstler-Orchester in het Musikverein, naast debuten bij het Rotterdam Philharmonic Orchestra en het Lahti Symphony Orchestra. Ook in Noord-Amerika is Matthew Halls een graag geziene gastdirigent bij orkesten zoals het Cleveland Orchestra, het Seattle Symphony, het Houston Symphony, het Los Angeles Chamber Orchestra en het Toronto Symphony Orchestra.
Matthew Halls begon zijn carrière in de wereld van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk en was een van de eerste gastdirigenten van Nikolaus Harnoncourt bij het Concentus Musicus Wien. Hij staat vooral bekend om zijn interpretaties van Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven, maar zijn brede repertoire omvat ook koorwerken van Johann Sebastian Bach en George Frideric Handel, de symfonieën van Jean Sibelius en Britse muziek uit de twintigste eeuw.
Anna Vinnitskaya
piano
In 2007 lanceerde de Eerste Prijs op de Koningin Elisabethwedstrijd Anna Vinnitskaya’s internationale carrière. Haar concerten met toonaangevende orkesten als de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden, de Münchner Philharmoniker, het NHK Symphony Orchestra, het Orchestre Philharmonique de Radio France en het Boston Symphony Orchestra zijn wereldwijd met veel enthousiasme ontvangen. Haar cd-opnames hebben haar prijzen als de Diapason d’Or en Gramophone Editor’s Choice opgeleverd, en bevatten een gevierd Chopin-album, een Rachmaninov-album met het Elbphilharmonie Orchester en het album Piano Dances dat in 2024 werd uitgebracht. In datzelfde jaar werd ze uitgenodigd als co-curator van de Flagey Piano Days. Onlangs was ze ‘artist in residence’ bij de Dresdner Philharmonie op uitnodiging van Marek Janowski, het WDR Sinfonieorchester Köln en het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Anna Vinnitskaya studeerde bij Evgeni Koroliov aan de Hochschule für Musik und Theater Hamburg, waar ze sinds 2009 zelf professor is.
Belgian National Orchestra
Het Belgian National Orchestra (BNO), opgericht in 1936, is de geprivilegieerde partner van Bozar. Het BNO is een trouwe partner van de Koningin Elisabethwedstrijd en treedt op met solisten van wereldformaat als Hilary Hahn, Thomas Hampson, Wynton Marsalis, Sergey Khachatryan en Roberto Alagna. Verder investeert het Orkest in de toekomstige generatie luisteraars en deinst het niet terug voor vernieuwende projecten, zoals met pop-rock-artiest Ozark Henry, met Stromae voor zijn laatste album Multitude, en recent met Scylla en Zaho de Sagazan. Het Okrest wordt ondersteund door de spelers van de Nationale Loterij en de Tax Shelter van de Belgische Federale Overheid via Casa Kafka Pictures.
Konzertmeister
Misako Akama
Eerste violen
Lev Adamov
Sarah Guiguet
Maria-Elena Boila
Marianna Asrieva
Luis Corral
Nicolas De Harven
Françoise Gilliquet
Philip Handschoewerker
Akika Hayakawa
Anna Herbertson
Keika Kawashima
Julien Olive
Ariane Plumerel
Isabelle Rowland
Serge Stons
Tweede violen
Filip Suys
Nathalie Lefin
Marie Danielle Turner
Mickael Bonnay
Sophie Demoulin
Isabelle Deschamps
Pierre Hanquin
Anouk Lapaire
Oscar Lerma Barrero
Louis Noël
Sarah Orero
Ekaterina Philippovich
Jacqueline Preys
Ana Spanu
Altviolen
Born Lau
Mihoko Kusama
Dmitri Ryabinin
Carlo Allegri
José Azevedo
Frederik Camacho
Abraham Constantino
Sophie Destivelle
Katelijne Onsia
Daniel Poncela Montalban
Jorge Ramos
Edouard Thise
Cello’s
Olsi Leka
Dmitry Silvian
Irene Cancer Navarro
Lesya Demkovych
Cèlia Brunet
Duarte Matos
Uros Nastic
Lucia Otero
Harm Van Rheeden
Taras Zanchak
Contrabassen
Ludo Joly
Svetoslav Dimitriev
Serghei Gorlenko
Bruno Arteaga
Mathias Heyman
Miguel Meulders
Robertino Mihai
Gergana Terziyska
Fluiten
Jérémie Fèvre
Laurence Dubar
Emmanuelle Blessig
Caroline Simon
Hobo’s
Dimitri Baeteman
Arnaud Guittet
Bram Nolf
Irene Martin Sanchez
Klarinetten
Yan Maratka
Lena La Mela
Ricardo Matarredona
Alba Mayorga Rodrigo
Fagotten
Bert Helsen
Filip Neyens
Rob Laethem
Hoorns
Anthony Devriendt
Bart Cypers
Katrien Vintioen
Joannes Van Duffel
Bernard Wasnaire
Kristina Mascher Turner
Claudia Rigoni
Trompetten
Leo Wouters
Andreu Vidal Siquier
Ward Opsteyn
Sander Kintaert
Javier Navarro Elizari
Trombones
Guido Liveyns
Bruno De Busschere
Wim Matheeuwese
Lode Smeets
Tuba
Isaak Cotrofe
Pauken
Nico Schoeters
Karel Opsteyn
Slagwerk
Katia Godart
Koen Maes
Sander Vanderkloot
Harp
Annie Lavoisier
Piano
Laurence Cornez
Vrij 18 Sept.'26 – 20:00
Shostakovich 10
Oh To Believe In Another World
Don 24 Sept.'26 – 19:00
Symphonic Date: Sheherazade
Zon 11 Okt.'26 – 15:00
Kobekina ✕ Dvořák
Rachmaninov 2
Zat 17 Okt.'26 – 20:00
After Us
A Radioactive Reminder
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • Monsieur Hubert Bonnet (Fondation CAB) • De heer en Mevrouw Dirk Cavens • De heer Simon Devolder • Monsieur Eric Everard • Madame Anne Gangsted • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Augustin Lippens • Monsieur Michel Moortgat • Madame Lucy Jane Pereira • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Art By Goralska S.à.r.l. • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Comte et Comtesse Emmenuel de Briey • Ecuyer Maximilien du Bus de Warnaffe • Madame Marion Bywater • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Prince et Princesse de Chimay • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Mevrouw Sylvie Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Barbara Eggers • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Monsieur François Gérard et Madame Jessica Parser • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Valeria Onofrj • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Dr. Philippe Uytterhaegen • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Madame Nathalie Waucquez • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Mevrouw Natasja Peeters • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En al onze Leden die anoniem wensen te blijven