Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam, Rouvali & Gabetta
16 Mei'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Antonín Dvořák (1841-1904)
Nature, Life and Love: In Nature's Realm, op. 91, B 168 (1891)
Bohuslav Martinů (1890-1959)
Celloconcert nr. 1 in D, H 196 (1930, rev. 1939 & 1955)
- Allegro moderato
- Andante moderato
- Allegro
Pauze
Igor Stravinsky (1882-1971)
Jeu de cartes, ballet en trois donnes (1936)
- Première donne: Alla breve – Meno mosso – Moderato assai – Stringendo – Tranquillo
- Deuxième donne: Alla breve – Marcia – Var. I-V – Coda: Più mosso – Marcia – Con moto
- Troisième donne: Alla breve – Valse – Presto – Tempo del principio
Maurice Ravel (1875-1937)
Suite nr. 2 uit Daphnis et Chloé (1909-13)
- Lever du jour
- Pantomime
- Danse générale
Einde ca. 22:15
De eerste helft van de twintigste eeuw is zonder twijfel één van de meest fascinerende periodes uit de muziekgeschiedenis. In korte tijd verliezen de klassiek-romantische conventies hun vanzelfsprekendheid en beginnen componisten te experimenteren met andere muzikale invalshoeken. Die vernieuwingsdrang – of het verlangen om buiten de vertrouwde kaders te kijken – is geen exclusieve eigenschap van de muziek. Een deel van de grote muzikale vernieuwers kreeg bijvoorbeeld een stevige impuls vanuit de balletwereld. Twee werken op dit programma vonden hun oorsprong als muziek voor twee van de meest toonaangevende balletgezelschappen.
In 1906 streek Sergej Diaghilev neer in Parijs, aanvankelijk met financiële ondersteuning van de tsaar, om er de Russische cultuur te promoten. Diaghilev begon met jaarlijks een ‘Russisch seizoen’ te organiseren, maar handige culturele ondernemer als hij was, besefte hij al gauw dat ballet zijn beste kans was op succes. Hij richtte zijn eigen gezelschap op, Les Ballets Russes, waarvoor hij Russische choreografen zoals Michel Fokine liet overkomen en een uitmuntend corps de ballet samenstelde uit het beste wat Moskou en Sint-Petersburg te bieden hadden, met als absolute sterdanser Vaslav Nijinski. Diaghilev had een uitstekende neus voor muzikale kwaliteit en speelde handig in op de smaak van het Parijse publiek, dat niet enkel dol was op ballet maar ook graag verrast wilde worden. De mengeling van ‘exotische’ Russische stijl en muzikale vernieuwing bleek een perfecte formule. Een jonge en nog onbekende Igor Stravinsky kreeg zo bij Les Ballets Russes de kans met De vuurvogel (1908) en Petroesjka (1910) om uiteindelijk met de Le sacre du printemps (1913) geschiedenis te schrijven. Diaghilev wist zich verder te omringen met zowat alle artistieke talenten die er in Parijs rondliepen; Erik Satie, Claude Debussy, Jean Cocteau, Pablo Picasso: allemaal werden ze ingeschakeld in Diaghilevs artistieke project.
Ravel: Daphnis et Chloé
Zo ook Maurice Ravel, die in 1912 het ballet Daphnis et Chloé voor Les Ballets Russes componeerde, op een Griekse mythologische verhaallijn in een pastorale setting waarvan de dansende nimfen en saters het publiek ongetwijfeld zouden begeesteren. Met decors van Léon Bakst, een choreografie van Fokine en Nijinski in de hoofdrol als Daphnis gooide Diaghilev er al zijn troeven tegenaan. Ravels extreem rijke partituur deed de rest, maar het Parijse publiek reageerde eerder koel, misschien verwend doordat de première slechts tien dagen later kwam dan een andere Les Ballets Russes-productie: Prélude à l’àprès-midi d’un faune op muziek van Debussy en met misschien wel de meest legendarische solo van Nijinski. Nochtans behoort de muziek van Daphnis et Chloé tot het indrukwekkendste wat Ravel heeft gecomponeerd. Stravinsky noemde het zelfs zonder meer ‘een van de mooiste producten van alle Franse muziek’. De Tweede suite, die Ravel enkele jaren later als concertwerk uitgaf, bevat vooral materiaal uit het derde bedrijf van het ballet. De eerste scène – de dageraad – is zelfs zonder het koor uit het origineel een verbluffende werveling van kleurschakeringen in het orkest, gecombineerd met modernistische ongewone harmonische wendingen. De kern van de suite – de scène waarin de personages in het ballet een pantomime opvoeren waarin het verhaal van Pan en Syrinx wordt uitgebeeld, als voorstelling-in-de-voorstelling – is opgebouwd rond een indrukwekkende fluitsolo die in lange arabesk-achtige lijnen de nimf Syrinx uitbeeldt en zo de vergelijking met Debussy’s fluitsolo aan het begin van de Prélude à l’après-midi d’un faune niet kan ontlopen. (Zou Debussy het zelf als competitie met Ravel hebben opgevat? In elk geval zou Debussy een jaar later op zijn beurt Syrinx voor fluit solo componeren.)
Stravinsky: Jeu de cartes
In 1924 belandt (na een omzwerving via de Verenigde Staten) de jonge Georgische danser George Balanchine in Parijs. Hij wordt meteen een van de spilfiguren van Les Ballets Russes, eerst als danser, maar al gauw ook als choreograaf, onder meer voor Stravinsky’s Apollon musagète (1927-28). Wanneer na de dood van Diaghilev (1929) het gezelschap ermee ophoudt, trekt Balanchine naar New York, waar hij de School of American Ballet opricht die uiteindelijk zou opgaan in The New York City Ballet. Het is voor zijn nieuwe Amerikaanse gezelschap dat Balanchine aanklopt bij zijn oude bekende Igor Stravinsky. Jeu de cartes, op scenario van Stravinsky, krijgt de vorm van een kaartspel: in plaats van drie bedrijven wordt er drie keer ‘gedeeld’, telkens aangekondigd door een fanfare-achtige passage. Zoals in zoveel werken uit Stravinsky’s neoclassicistische periode zijn allerlei traditionele vormen (de mars, de wals) duidelijk herkenbaar. Typisch voor de neoklassieke compositietechniek werkt Stravinsky met vertrouwde elementen als drieklanken of netjes afgebakende melodische en ritmische motieven die vooral aansluiten bij modellen uit de Barok en de Klassieke Periode. Maar met die bouwstenen uit het verleden legt Stravinsky heel eigen patronen, inclusief allerlei subtiele wendingen die er een fascinerend vervreemdend effect aan geven. Het verleden klinkt dan wel mee, maar de verwerking ervan is duidelijk eigentijds.
Martinů en Dvořák
Zulke fascinatie voor muzikale modellen uit de Barok (of andere pre-romantische muziek) is een kenmerk dat in veel muziek uit de eerste helft van de twintigste eeuw opduikt. Ook Bohuslav Martinů, geboren in Tsjechië maar vanaf 1923 actief in Parijs, raakte in de ban van barokmuziek, allicht aangemoedigd door het neoclassicisme dat in zijn nieuwe woonplaats zo sterk aanwezig was. Het Eerste celloconcert draagt daar de eerste sporen van, het duidelijkst in de toccata-achtige motorische ritmiek van het laatste deel. Tegelijk toont het werk hoe die modernistische esthetiek niet noodzakelijk tabula rasa maakt met de traditie. De thema’s van het eerste deel ademen een Tsjechische sfeer – de vergelijking met Dvořák is nooit ver weg – en de tedere uitgesponnen melodische lijnen van de solist en de houtblazers in het tweede deel stellen emotionele (romantische) expressie duidelijk nog boven neoclassicistische ironie. Het maakt van het concert een werk dat de hand reikt naar een modernistische taal, maar nog met één been in de traditie staat. En dan vooral de Boheemse traditie van Antonín Dvořák. In de natuur is het eerste van drie concertouvertures die de natuur, het leven en de liefde moesten uitbeelden, samen met Carnaval en Othello. De combinatie met het werk van Martinů verbindt Dvořáks oerromantische evocatie van de natuur met het twintigste-eeuwse programma.
Maarten Beirens
Deze tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in Preludium magazine. Met dank aan Koninklijk Concertgebouworkest.
Portretartiest Sol Gabetta
Ergens in de Atlantische Oceaan is een sterk magnetisch veld ontstaan, want Bozar trekt de Argentijnse celliste Sol Gabetta aan als nooit tevoren. Ze is dé muzikante die je vandaag wil horen in topstukken als Elgars Celloconcerto. En dit naast het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam en Czech Philharmonic. Haar eigen ensemble Cappella Gabetta brengt een van de eerste vrouwelijke professionele cellisten, Lise Cristiani, terug onder de aandacht.
Koninklijk Concertgebouworkest
Het Koninklijk Concertgebouworkest bestaat al 137 jaar en wordt geroemd om zijn unieke klank. Die brengt het Amsterdamse orkest naar de meest prestigieuze concertzalen ter wereld. Sinds 2020 werkt het orkest veelvuldig samen met Klaus Mäkelä, die in 2027 chef-dirigent wordt. Riccardo Chailly is conductor emeritus en Iván Fischer honorair gastdirigent. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het Concertgebouworkest. Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. De musici delen hun kennis via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young; voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Santtu-Matias Rouvali
muzikale leiding
Santtu-Matias Rouvali is chef-¬dirigent van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg Symfonieorkest. Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland. In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz. De Finse dirigent was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius. Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg Symfonieorkest voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong slagwerker, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.
Sol Gabetta
cello
Sol Gabetta, portretartiest dit seizoen bij Bozar, studeerde cello in Madrid en Basel, en rondde haar opleiding af bij David Geringas aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn. Gabetta treedt op met toonaangevende orkesten als de Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker, het Philadelphia Orchestra en concerteert in zalen als Wigmore Hall en het Lincoln Center. Kamermuziek blijft een centrale pijler van haar werk. Zo treedt ze regelmatig op met Isabelle Faust, Bertrand Chamayou, Kristian Bezuidenhout en Alexander Melnikov. Tot haar meest recente albums behoren Mendelssohn (2024) met Bertrand Chamayou en Lise Cristiani (2025), een 19e-eeuwse cello-virtuoos en een van de eerste vrouwen die het cellopodium veroverde.
eerste viool
*Vesko Eschkenazy, konzertmeister
Tjeerd Top
Ursula Schoch
Marleen Asberg
Tomoko Kurita
Henriëtte Luytjes
Borika van den Booren
Marc Daniel van Biemen
Christian van Eggelen
Mirte de Kok
Gemma Lee
Mirelys Morgan Verdecia
Junko Naito
Benjamin Peled
Nienke van Rijn
Jelena Ristic
Hani Song
Valentina Svyatlovskaya
Michael Waterman
tweede viool
Caroline Strumphler
Jae-Won Lee
Anna de Veij Mestdagh
Arndt Auhagen
Elise Besemer-van den Burg
Leonie Bot
Alessandro Di Giacomo
Nadia Ettinger
Coraline Groen
Caspar Horsch
Sanne Hunfeld
Sjaan Oomen
Jane Piper
Eke van Spiegel
Joanna Westers
altviool
*Santa Vižine
Michael Gieler
Saeko Oguma
Frederik Boits
Roland Krämer
Guus Jeukendrup
Edith van Moergastel
Jeroen Quint
Eva Smit
Martina Forni
Yoko Kanamaru
Vilém Kijonka
Catherine Ribes
Otoha Tabata
Jeroen Woudstra
cello
*Gregor Horsch
*Tatjana Vassiljeva-Monnier
Johan van Iersel
Joris van den Berg
Benedikt Enzler
Chris van Balen
Jérôme Fruchart
Christian Hacker
Maartje-Maria den Herder
Izak Hudnik Zajec
Boris Nedialkov
Clément Peigné
Honorine Schaeffer
contrabas
*Dominic Seldis
Théotime Voisin
Mariëtta Feltkamp
Rob Dirksen
Léo Genet
Felix Lashmar
Georgina Poad
Nicholas Schwartz
Olivier Thiery
fluit
*Emily Beynon
*Kersten McCall
Julie Moulin
Mariya Semotyuk-Schlaffke
Vincent Cortvrint (piccolo)
hobo
*Alexei Ogrintchouk
*Ivan Podyomov
Nicoline Alt
Alexander Krimer
Engelse hoorn
Miriam Pastor Burgos
klarinet
*Carlos Ferreira
*Olivier Patey
Hein Wiedijk
Arno Piters (e♭)
Davide Lattuada (bas · basse)
fagot
*Andrea Cellacchi
*Gustavo Núñez
Helma van den Brink
Javier Sanz Pascual
Simon Van Holen (bas · contrebasson)
hoorn
*Katy Woolley
*Laurens Woudenberg
Lou-Anne Dutreix
Simen Fegran
José Luis Sogorb Jover
Fons Verspaandonk
Jaap van der Vliet
trompet
*Miro Petkov
*Omar Tomasoni
Jacco Groenendijk
Bert Langenkamp
trombone
*Bart Claessens
*Jörgen van Rijen
Nico Schippers
Martin Schippers (tenor)
Raymond Munnecom (bas · basse)
tuba
*Perry Hoogendijk
pauken
*Tomohiro Ando
*Bart Jansen
slagwerk
Mark Braafhart
Bence Major
Herman Rieken
harp
*Petra van der Heide
Anneleen Schuitemaker
piano
Jeroen Bal †
*principal
chef-dirigent
Klaus Mäkelä
dirigent emeritus
Riccardo Chailly
ere-gastdirigent
Iván Fischer
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • De Heer en Mevrouw Dirk Cavens • Monsieur Simon Devolder • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Dr. Philippe Uytterhaegen • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Mevrouw Natasja Peeters • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En al onze Leden die anoniem wensen te blijven