Gepubliceerd op - Klaas Coulembier

The Köln Concert van Keith Jarrett

In de concertreeks ‘Echoes of the 20th Century’ vertellen we het verhaal achter twaalf iconische composities uit de 20e eeuw. Op 15 april spelen pianisten Thomas Enhco en Maki Namekawa integraal het album The Köln Concert van jazzicoon Keith Jarrett. Ze kregen zijn toestemming om de dubbel-elpee live uit te voeren: Namekawa speelt de helft van het album noot per noot, terwijl Enhco op de andere helft gaat improviseren.

Dit artikel kadert in

Echoes of the 20th Century

Succes zit soms in een klein hoekje. Toen Keith Jarrett op een koude januari-avond in 1975 met lichte tegenzin plaatsnam achter een – naar verluidt – krakemikkige Bösendorfer, had niemand kunnen vermoeden dat die avond één van de meest succesvolle jazz-albums zou ontstaan. De toen dertigjarige pianist nam zijn publiek die avond mee op een totaal geïmproviseerde muzikale reis, maar het was vooral de live-opname die van een gewoon concert in de opera van Keulen The Köln Concert zou maken. 

Keith Jarrett, pianowonder 

Het verhaal van Keith Jarrett begint zoals dat van vele wonderkinderen. Pianolessen voor zijn derde verjaardag, een eerste concert op zijn zevende, en een stevige muzikale opleiding waarin hij onder andere Mozart, Bach en Beethoven leerde spelen. Nog voor hij twintig werd, kreeg hij al de kans om bij niemand minder dan Nadia Boulanger te gaan studeren, maar de lokroep van New York klonk luider. Bovendien klonk die lokroep vooral als de jazzmuziek van Dave Brubeck, een meester-improvisator met een sterke achtergrond in de klassieke en hedendaagse muziek. In het bruisende New York van de jaren 1960 begon Keith Jarrett zijn carrière als jazzpianist bij onder andere Charles Lloyd en later een korte periode Miles Davis. Daarna richtte hij in de jaren 1970 zelf twee kwartetten op, één in de VS en één in Europa. 

Tijdens de optredens met die kwartetten demonstreerde Jarrett een uitzonderlijk talent voor improvisatie. Vanuit die ervaring begon hij solo-optredens te geven waarbij hij van de eerste tot de laatste minuut nieuwe muziek improviseerde. Hij ging dus veel verder dan het versieren of omspelen van componeerde nummers of bekende jazz-standards. In de periode tussen 1971 en 1976 bracht hij maar liefst 25 albums uit bij vier verschillende platenlabels. Zo goed als alle muziek op die opnames is door hem gecomponeerd of geïmproviseerd. Dat hij zoveel muziek kon uitbrengen zonder de markt te verzadigen zegt veel over zijn populariteit, maar heeft ook te maken met de enorme breedte van zijn werk. Hij speelde als solist, maar ook in kleine ensembles, en nam zelfs orkest- en orgelmuziek op. In een recensie over zijn album In the Light uit 1973 werd hij vergeleken met Beethoven. Keith Jarrett was dus evenzeer componist als muzikant, en in feite zijn die twee aspecten bij hem nooit los van elkaar te zien. Zelfs wanneer hij zich in de jaren 1980 meer toelegt op de pianoconcerti van Mozart en Bartók – hij was per slot van rekening klassiek opgeleid – probeert hij in de huid van de componist te kruipen. In een interview uit 1984 omschrijft hij het als volgt:  

“To even get past what is banal about Mozart’s music means you have to understand the language he speaks. To understand that language means you have to know about fortepianos and harpsichords to hear the sound he heard. Once you get into all these things, you start to realize how few people play Mozart, you know? Most people play themselves playing Mozart, and the more they ignore that side of things, the more they would be playing their own natural tendencies rather than Mozart’s music.” 

Hij wil met andere woorden achter het klavier kunnen ervaren wat de componist zelf ooit ervaren heeft, om de muziek zo authentiek mogelijk over te brengen. Verderop in datzelfde interview haalt hij het gevoel van extase aan. Het moment waarop het musiceren het nadenken overstijgt en je als uitvoerder buiten jezelf treedt. Wie Jarrett ooit aan het werk zag – of beelden van zijn performances bekijkt – ziet hoezeer improviseren een fysieke en tegelijk transcendentale werking heeft op de pianist. Dat gevoel van extase is voor hem niet alleen belangrijk bij het improviseren, maar ook bij het spelen van geschreven muziek. Volgens hem beleefden componisten zoals Bach of Mozart, die bekend stonden als meester-improvisators, die extase immers ook.  

Keith Jarrett – improviserend componeren en de interesse van de muziekwetenschap 

Een snelle zoektocht door de gespecialiseerde databanken van musicologische literatuur leert ons dat Keith Jarrett een populair onderzoeksobject is geworden. Titels als “Body’n’Soul?: Voice and Movement in Keith Jarrett’s Pianism”, “Anatomy of Groove: Pulse, Pattern, and Process in Keith Jarrett’s Sun Bear Concerts”, of “Keith Jarrett, Miscegenation & the Rise of the European Sensibility in Jazz in the 1970s” zijn te vinden in de grote muziekwetenschappelijke academische tijdschriften, naast artikels over andere grote componisten. Als we de manier bekijken waarop Keith Jarrett improviseert, dan merken we dat er eigenlijk heel wat parallellen zijn met het componeren. Zeker in de uitgebreide improvisaties gaat Jarrett een bepaalde relatie aan met het muzikaal materiaal. Dat materiaal kan bestaan uit een kort melodisch element, een bepaalde akkoordprogressie, een ritmische groove, of zelfs gewoon een klank. Door de muzikale bouwstenen voortdurend te herhalen en te variëren ontstaat er een structuur van herkenbaarheid en een muzikale vorm die de luisteraar meeneemt door een proces. Je zou kunnen stellen dat Jarrett al spelend de muziek vormgeeft, de mogelijkheden van het muzikaal materiaal ontdekt en exploreert, en in een hoge staat van concentratie (of extase) muzikale verbanden legt zoals een componist dat doet bij het vastleggen van muziek in notatie.

Het resultaat blijft natuurlijk een improvisatie, maar de muzikale logica is allesbehalve willekeurig of onverschillig. Een ander typisch kenmerk in de muziek van Jarrett is zijn sterk gevoel voor contrapunt. Johann Sebastian Bach is voor hem één van de meest invloedrijke componisten, en zijn speelstijl is doordrongen van het contrapunt. Dat merk je vooral als je de aandacht richt op de middenstemmen van zijn muzikale textuur. Tussen de bas in de linkerhand en de melodie in de rechterhand realiseert hij vaak een complex lijnenspel dat de muziek vooruit stuwt. 

Keith Jarrett live in Cologne 1975

Een koude winteravond in Keulen 

Naar die fameuze vrijdagavond in Keulen dan, op 24 januari 1975. Volgens de vele verhalen over die avond waren de omstandigheden alles behalve ideaal. Jarrett was laat aangekomen in Keulen, was erg vermoeid door de een lange autorit en hij had amper tijd gehad om iets te eten. De grote Bösendorfer piano waar hij normaal op zou spelen bleek er niet te zijn, dus moest hij zich tevreden stellen met een kleiner model dat naar verluidt niet in de beste staat was. De geluidstechnicus plaatste wel de nodige microfoons, maar eerder met het idee om de uitvoering op te nemen als documentatie, niet als commercieel album. Er zijn helaas geen foto’s of beelden van die avond, dus hoe accuraat deze petite histoire is, weten we niet zeker. Wat wel vast staat is dat zijn improvisatie begon vanuit een kleine melodische cel die hij in het begin voortdurend herhaalt en die aan de minutenlange improvisatie die volgde een sterke eenheid gaf. Dit is dus zeker een voorbeeld van een improvisatie die de allures van een compositie heeft. 

Dat maakte de opname niet alleen bijzonder populair toen die uitgebracht werd, er groeide ook interesse om de muziek te transcriberen. Zo zouden ook andere pianisten de muziek opnieuw tot leven kunnen brengen. Dat staat op zich haaks op het idee van een spontane improvisatie, en Keith Jarrett stond niet meteen te springen voor het project, maar hij liet het uiteindelijk toch toe. Het resultaat is een lijvige partituur, zorgvuldig opgeschreven door Yuko Kishimi en Kunihiko Yamashita. Jarrett gaf zijn zegen over dit project, maar raadde iedereen aan om toch vooral naar de originele opname te luisteren. 

Improvisatie op improvisatie 

Dankzij de transcriptie werd de muziek van The Köln Concert het onderwerp van talloze analyses en herinterpretaties. Het werd een volwaardige compositie die ook op het repertoire van andere muzikanten terecht kwam. Dat is ook wat de Japanse pianiste Maki Namekawa doet in deze productie. Haar uitvoering wordt gecombineerd met improvisaties op de muziek van Jarrett door de Franse jazzpianist Thomas Enhco. Zo wordt de originele improvisatie uit 1975 het vertrekpunt voor een nieuwe improvisatie op de muzikale ideeën die toen spontaan opborrelden. Mét goedkeuring van Keith Jarrett himself!